© Foto Rinie Bleeker,
Kwaliteit kunsteducatie op Hollandse basisscholen

Kwaliteit kunsteducatie op Hollandse basisscholen

door Dirk Monsma

Kenniskring Lectoraat Folkert Haanstra (Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten)

Kunsteducatie op Hollandse basisscholen was decennia lang vrijblijvend en projectmatig. De laatste jaren groeide het aantal basisscholen met kunsteducatie structureel in het curriculum. Voor leerlingen van deze basisscholen maakt kunstonderwijs deel uit van hun schoolweek. Veelal geeft een kunstdocent (of kunstenaar) hier vorm aan. Er is weinig bekend over kenmerken en kwaliteit van dit kunstonderwijs.

Kwaliteit
Bamford (2006) noemt kenmerken van goede kunsteducatie die betrekking hebben op structuur en methode. Deze criteria komen deels overeen met typeringen van Haanstra (2001) over authentieke kunsteducatie. Dit staat tegenover de nog veel voorkomende ‘schoolkunst’ (Efland, 1976) die alleen functioneel is binnen het instituut school. In huiselijke omgeving zouden dezelfde kinderen meer authentieke kunstuitingen tonen dan op school. Wilson (2008) pleit voor een ‘derde’ gebied waar schoolkunst en thuiskunst elkaar ontmoeten. Mogelijk ontstaat een ‘derde’ gebied op basisscholen met kunsteducatie in het curriculum gegeven door een kunstdocent of kunstenaar.

Onderzoeksvragen
Op welke manier geven kunstdocenten op basisscholen met kunsteducatie in het curriculum vorm aan het kunstonderwijs?
• In hoeverre voldoen de basisscholen met kunsteducatie in het curriculum gegeven door een kunstdocent aan de kenmerken van Bamford (2006)?
• In hoeverre voldoen de lessen van de kunst docenten op deze basisscholen aan kenmerken van authentieke kunsteducatie?
• In hoeverre onderscheiden kunstuitingen van leerlingen op basisscholen met kunsteducatie in het curriculum gegeven door kunstdocenten zich van kunstuitingen van leerlingen op basisscholen die niet structureel kunsteducatie verzorgen.

Onderzoeksmethode 
1. Literatuurstudie waarin de kenmerken van goede cultuureducatie van Bamford (2006) worden vergeleken met literatuur over authentiek onderwijs (zoals bij Haanstra 2001, 2008) en uitgewerkt tot een topic lijst voor interviews met schooldirecteuren. Gevolgd door open interviews op twintig basisscholen met kunstonderwijs in het curriculum gegeven door een kunstdocent.
2. Opstellen van een observatieschema waarin het begrip authentiek kunstonderwijs nader is uitgewerkt tot een kijkwijzer voor de kunsteducatielessen gegeven door kunstdocenten. Gevolgd door observatie van de kunstlessen bij enkele kunstdocenten en het laten beoordelen van kunstuitingen door onafhankelijke experts.

Resultaten
Deel 1 van het onderzoek (literatuurstudie en interviews) is afgerond. De geïnterviewde scholen hebben een actieve relatie met kunstinstellingen; er zijn mogelijkheden voor presentaties; samenwerking wordt benadrukt en alle kinderen worden betrokken; de leerlingen krijgen gelegenheid om kritisch naar elkaar en op eigen werk te reflecteren.
Het grote manco is het vastleggen en evalueren van de ervaringen en ontwikkeling van de leerlingen; de kunsteducatieve activiteiten worden niet op inhoud geëvalueerd en er is weinig aandacht voor een gezamenlijke professionalisering van leerkrachten en kunstdocenten.
Op scholen met leerlingen van ouders met een lage opleiding is niet of nauwelijks een relatie met de huiselijke culturele omgeving.

Discussie
- Beoordeling en evaluatie van de kunsteducatieve ontwikkeling van leerlingen is een witte vlek.
- Implementatie van kunsteducatie binnen het basisonderwijs op scholen met kinderen van ouders met een lage opleiding vraagt ingrijpend andere aanpak dan elitescholen.

Relevantie
De uitkomsten van dit onderzoek zijn van belang voor basisscholen die kunsteducatie introduceren in hun schoolprogramma en bevatten aanwijzingen voor goede kunsteducatie.

Literatuur
Bamford, A. (2006) The wow factor: global research compendium on the impact of the arts in education’ Munster: Waxman.
Efland, E. (1976) The school art style: A functional analysis. Studies in art education, 17 (2), 37-44.
Haanstra, F. (2001) De Hollandse schoolkunst: Mogelijkheden en beperkingen van authentieke kunsteducatie. Oratie. Utrecht: Cultuurnetwerk Nederland.
Haanstra, F. (2008) De thuiskunst van scholieren. Amsterdam: Amsterdamse Hogeschool voor de kunsten.
Wilson, B. (2008) Research at the margins of schooling: biographical inquiry and third-site pedagogy. International Journal of Education through Art, 4 (2) 119-130.
Kwaliteit kunsteducatie op Hollandse basisscholen
 
Dirk Monsma
Mathenesserlaan 322-b
3021HX Rotterdam
e-mail: dirkmonsma@luna.nl
website: www.dirkmonsma.nl
Kenniskring Lectoraat Folkert Haanstra (Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten)
 
Kunsteducatie op Hollandse basisscholen was decennia lang vrijblijvend en projectmatig. De laatste jaren groeide het aantal basisscholen met kunsteducatie structureel in het curriculum. Voor leerlingen van deze basisscholen maakt kunstonderwijs deel uit van hun schoolweek. Veelal geeft een kunstdocent (of kunstenaar) hier vorm aan. Er is weinig bekend over kenmerken en kwaliteit van dit kunstonderwijs.
 
Kwaliteit
Bamford (2006) noemt kenmerken van goede kunsteducatie die betrekking hebben op  structuur en methode. Deze criteria komen deels overeen met typeringen van Haanstra (2001) over authentieke kunsteducatie. Dit staat tegenover de nog veel voorkomende ‘schoolkunst’ (Efland, 1976) die alleen functioneel is binnen het instituut school. In huiselijke omgeving zouden dezelfde kinderen meer authentieke kunstuitingen tonen dan op school. Wilson (2008) pleit voor een ‘derde’ gebied waar schoolkunst en thuiskunst elkaar ontmoeten. Mogelijk ontstaat een ‘derde’ gebied op basisscholen met kunsteducatie in het curriculum gegeven door een kunstdocent of kunstenaar.
 
Onderzoeksvragen
Op welke manier geven kunstdocenten op basisscholen met kunsteducatie in het                                 curriculum vorm aan het kunstonderwijs?
  • In hoeverre voldoen de basisscholen met kunsteducatie in het curriculum gegeven door een kunstdocent aan de kenmerken van Bamford (2006)?
  • In hoeverre voldoen de lessen van de kunst docenten op deze basisscholen aan                                                  kenmerken van  authentieke kunsteducatie?
  • In hoeverre onderscheiden kunstuitingen van leerlingen op basisscholen met kunsteducatie in het curriculum gegeven door kunstdocenten zich van kunstuitingen van leerlingen op basisscholen die niet structureel kunsteducatie verzorgen.
 
Onderzoeksmethode 
1.     Literatuurstudie waarin de kenmerken van goede cultuureducatie van Bamford (2006) worden vergeleken met literatuur over authentiek onderwijs (zoals bij Haanstra 2001, 2008) en uitgewerkt tot een topic lijst voor interviews met schooldirecteuren. Gevolgd door open interviews op twintig basisscholen met kunstonderwijs in het curriculum gegeven door een kunstdocent.
2.     Opstellen van een observatieschema waarin het begrip authentiek kunstonderwijs nader is uitgewerkt tot een kijkwijzer voor de kunsteducatielessen gegeven door kunstdocenten. Gevolgd door observatie van de kunstlessen bij enkele kunstdocenten en het laten beoordelen van kunstuitingen door onafhankelijke experts.
 
Resultaten
Deel 1 van het onderzoek (literatuurstudie en interviews) is afgerond. De geïnterviewde scholen hebben een actieve relatie met kunstinstellingen; er zijn mogelijkheden voor presentaties; samenwerking wordt benadrukt en alle kinderen worden betrokken; de leerlingen krijgen gelegenheid om kritisch naar elkaar en op eigen werk te reflecteren.
Het grote manco is het vastleggen en evalueren van de ervaringen en ontwikkeling van de leerlingen; de kunsteducatieve activiteiten worden niet op inhoud geëvalueerd en er is weinig aandacht voor een gezamenlijke professionalisering van leerkrachten en kunstdocenten.
Op scholen met leerlingen van ouders met een lage opleiding is niet of nauwelijks een relatie met de huiselijke culturele omgeving.
 
Discussie
-       Beoordeling en evaluatie van de kunsteducatieve ontwikkeling van  leerlingen is een witte vlek.
-       Implementatie van kunsteducatie binnen het basisonderwijs op scholen met kinderen van ouders met een lage opleiding vraagt ingrijpend andere aanpak dan elitescholen.
 
Relevantie
De uitkomsten van dit onderzoek zijn van belang voor basisscholen die kunsteducatie introduceren in hun schoolprogramma en bevatten aanwijzingen voor goede kunsteducatie.
 
Literatuur
Bamford, A. (2006) The wow factor: global research compendium on the impact of the arts in education’ Munster: Waxman.
Efland, E. (1976) The school art style: A functional analysis. Studies in art education, 17 (2), 37-44.
Haanstra, F. (2001) De Hollandse schoolkunst: Mogelijkheden en beperkingen van authentieke kunsteducatie. Oratie. Utrecht: Cultuurnetwerk Nederland.
Haanstra, F. (2008) De thuiskunst van scholieren. Amsterdam: Amsterdamse Hogeschool voor de kunsten.
Wilson, B. (2008) Research at the margins of schooling: biographical inquiry and third-site pedagogy. International Journal of Education through Art, 4 (2) 119-130.
<!--EndFragment-->