© Francis Alys CG12-Sillas-2012-STILL-,
Vrijheid van spel

Wie kleuters ziet spelen, ervaart een vorm van vrijheid die zich moeilijk laat vangen in woorden. Ze bewegen, verzinnen en herhalen. In dit hoofdstuk staat de vraag centraal wat spel eigenlijk is en waarom het zo’n fundamentele rol speelt in de ontwikkeling van kinderen. Waarom spelen kinderen overal ter wereld, ongeacht cultuur of context? De ideeën van denkers als John Dewey, Lev Vygotskij bieden houvast om spel te begrijpen als een sociaal-culturele praktijk waarin kinderen actief gaan deelnemen aan de wereld om hen heen.

Dewey en Vygotskij laten beiden zien dat kleuters met de verbeelding in hun spel, het doen alsof, de werkelijkheid kunnen manipuleren. Dewey legt het accent op het vormen van de identiteit in relatie tot de ander, het ontdekken van het ‘zelf’ in de wereld. Misschien zou je kunnen zeggen, dat hij meer vertrekt vanuit het aankomend individu, het vormen van een identiteit in de maatschappelijke context waarin het kind opgroeit. Vygotskij benadrukt spel als rollenspel en daarmee de deelname aan sociaal culturele activiteiten.