Periode 2. Groei en welzijn 1962-1981
Met de oprichting van het ministerie van Cultuur, Recreatie en Maat- schappelijk Werk (crm) in 1965 krijgt kunstzinnige vorming voor het eerst een duidelijke bestuurlijke plek. De Welzijnswet van 1972 verstevigt die positie verder en verbindt kunsteducatie nadrukkelijk aan idealen van emancipatie en participatie van brede en kwetsbare groepen. Met de invoering van de ‘Mammoetwet’ in 1968 krijgt de democratisering van het onderwijs vorm, talenten van leerlingen moeten zo goed mogelijk in de samenleving worden benut.
De maatschappelijke en culturele omwentelingen van de jaren zestig werden mede gedragen door de populaire muziek en maatschappijkritische songteksten. Met de televisie als motor in een opkomende muziek- en beeldcultuur. Het zijn de jaren van de ontzuiling. Jeugdliteratuur, pop- muziek, film, media en jongerenculturen werden belangrijke bronnen
voor de identiteitsvorming van nieuwe generaties. De maatschappelijke opbrengst van de protestgeneratie bestond uit meer inspraak, vrouwen- en homorechten, nieuwe politieke partijen en veranderende omgangsvormen. Kinderen en jongeren werden steeds meer gezien als emanciperende en autonome personen.
Bij de foto: Van der Elsken nam de foto nog voor de uitbarstingen van geweld, zoals de treinkaping door Zuid-Molukse jongeren in het Drentse dorpje Wijster in 1975. Hun motivatie was: hun eigen slechte leefomstandigheden en de gebroken beloftes van de Nederlandse overheid voor steun aan een eigen onafhankelijke Molukse staat. Op 21 juni 2026 maakt premier Rob Jetten excuses voor ‘(..) verdriet en pijn in zoveel Molukse gezinnen’ bij de inhuldiging van het monument Ulu Kora in Rotterdam.

